Hoe dikwijls he'k na al 't zuchte gestaakt
gedichtjes geschreven en liedjes gemaakt d'onmeugelijkste dingen aaneengerijmd
gedachte als puzzels tesame gelijmd
om te geraken uit de verwarring van woorden

Hoelange zijn we nu al tuupe op stap
de dage de jare ze gaan toch zo rap
w'een alles geprobeerd en van alles gedaan
altijd dezelfste bane gedaan
toch hebben we niets van elkander verstaan

Mee veel goede wil kunnen we vrede sluiten
al dat niet gaat dat smijten we buiten
maar in ons hart daar blijft het koud
omdat iedereen van zichzelve houdt
toch sluiten we vrede en haten malkaar in stilte

'k Heb ook kinders en ze gaan ook naar school
ze worde gekloot mee dezelfde brol
en ge moet niet vrage waarom dat 't zo es
dat behoort helemaal niet bij de les
de meester es ook maar ne mens en hij moet ook leven

De verwarring es groot en ik zie ook niet klaar
maar dat niet juist es dat wordt ik gewaar
want de paster, de meester, de rechter, de raad
zitten al in dezelfde straat
daarom wordt er altijd nevens de kwestie gepraat

Om 't eindigen met mijn raar verhaal
zoekt nu zelf naar de moraal
wat dat ge moet zijn en wat dat ge moet doen
om te blijve binnen 't fatsoen
maar daarveure hebt ge mijn liedjes niet vandoen